Samenvatting van dit verhaal:

  • Het college wil geen kleinschalige horecavoorziening bij kinderboerderij De Hazewinkel.
  • GBV wil al jaren een kleinschalig, niet-commercieel verkooppunt met fatsoenlijke
    toiletvoorziening bij De Hazewinkel.
  • Deze voorziening zou gerund kunnen worden door bewoners van de Severinus Stichting, die zo een
    nuttige dagbesteding zouden kunnen hebben.
  •  Openingstijden: alleen overdag en vroeg avond.
  • Collegebesluit lijkt in strijd met eerder vastgestelde Nota Toerisme en Recreatie 2009-2011 en
    met eerder gewekte verwachtingen.


Het
hele verhaal:

Medio
juni 2011 kwam dan eindelijk het langverwachte Landschapsplan Zilverackers ter
informatie naar de raad. GBV had hier reikhalzend naar uitgekeken. Immers,
hierin zou worden meegenomen het eventueel realiseren van een kleinschalige
horecavoorziening bij kinderboerderij De Hazewinkel. Iets, wat al ruim 10 jaar een wens is van GBV.
Maar
het eindresultaat was (opnieuw) uitermate teleurstellend in dit verband. Het
college is van oordeel, dat de huidige situatie zonder enige vorm van horeca
gehandhaafd moet blijven.
In het stuk staat hierover het volgende genoteerd:

(citaat)
Ook de parkeerdruk mag niet vergroten
door extra verkeersaantrekkende functies zoals horeca. Zo blijft tevens de
landschappelijke kwaliteit en de kleinschaligheid van het gebied behouden
.
(einde citaat)

Om het kort samen te vatten naar ons idee: Wat een onzin! Maar ook merkwaardig! Wat
stond GBV ook alweer voor ogen bij De Hazewinkel? Een hele kleinschalige,
niet-commerciële voorziening met een aanbod van een zeer beperkt assortiment
aan consumptieartikelen (kopje koffie, ijsje, frisdrank). De exploitatie hiervan
zou ingevuld kunnen worden door en in samenwerking met mensen van de Severinus
Stichting. De openingstijden zouden gedurende het hele jaar grofweg synchroon moeten
lopen met die van de Hazewinkel in de zomermaanden. Dus niks geen verstoring
van nachtrust! Maar het allerbelangrijkste doel: hiermee tegelijk een adequate
toiletvoorziening te organiseren. Want die is op dit moment in deze relatief
drukke recreatieve omgeving niet in voldoende mate aanwezig dan wel geopend.
Voor alle duidelijkheid, de nadruk ligt bij de meeste tegenstanders van het
GBV-voorstel veel en veel te zwaar op de blijkbaar nogal beladen term horeca.
Dat geeft beslist geen juiste voorstelling van zaken.
Met
de GBV-insteek wordt echt geen extra verkeer aangetrokken. En evenmin wordt de
landschappelijke kwaliteit en de kleinschaligheid van het gebied aangetast.
Integendeel,
het komt de kwaliteit van de omgeving ten goede, als de vele duizenden
bezoekers (m.n. kinderen) van deze recreatieve trekpleister niet langer hun
behoeften hoeven doen in de open lucht. Want dat gebeurt nu dus.

Trouwens,
wat is kleinschalig? Al in 2002 kwamen naar schatting ruim 50.000 (!) bezoekers
per jaar naar de kinderboerderij om daar de nodige uren door te brengen. Dit
lijkt inmiddels eerder toe- dan afgenomen. Dus is de term ’kleinschaligheid’ in
dit verband nog wel valide? In de ogen van GBV zeker niet.
Extra
verkeer? Hoe dat zo? Het is een voorziening ten behoeve van de mensen, die er
al komen. Het ligt helemaal niet in de rede, dat er hierdoor (met het karakter
zoals beschreven) opeens vele duizenden nieuwe bezoekers naar De Hazewinkel
zullen komen. Dat is een aanname, die volledig uit de lucht is gegrepen en die naar
de mening van GBV totaal geen hout snijdt.
Sommige
tegenstanders wezen eerder op mogelijk vandalisme, als er een kleinschalige
horecagelegenheid zou komen. Tja, als je iets niet wilt, dan moet je daar
vooral alle mogelijke non-argumenten bij verzinnen. Waarop is die aanname
gestoeld? Hoeveel afgelegen dan wel niet goed in het zicht staande
sportkantines, schoolgebouwen, gemeenschapshuizen en scoutinggebouwen hebben we
momenteel binnen onze gemeentegrenzen? Moeten we die dan allemaal maar gaan
sluiten omdat er misschien vandalisme kan plaatsvinden? Dat is natuurlijk
volstrekte nonsens.
 

Erg vreemd in dit
verband is het volgende: In de nota
toerisme & Recreatie 2009-2011 luidt actiepunt 3: We moeten voorzieningen
ten behoeve van kleinschalige ‘horeca’ langs toeristische en recreatieve
netwerkroutes toestaan. Maar dat doen we dus niet juist bij een voorziening,
die meer dan 50.000 bezoekers op jaarbasis trekt? Dat is toch op z’n minst
merkwaardig en is compleet strijdig met de beleidsuitgangspunten, die door het
college zelf eerder zijn opgesteld en door de raad unaniem onderschreven in de
vergadering van 11 november 2008. De toenmalige wethouder stelde zelfs met een
positieve grondhouding naar een lichte vorm van horeca te zullen kijken. Men
kent dus blijkbaar de eigen uitgangspunten en toezeggingen niet of hanteert die
zoals het uitkomt. Dat is voor de zoveelste keer veelzeggend over de wijze
waarop Veldhoven vandaag de dag wordt bestuurd.

Wat ook opvallend is in dit dossier is het feit, dat burgemeester Mikkers op 21 mei
2008 in een interview met De Ahrenberger nog stelde het ‘van de zotte te vinden dat
deze prachtige accommodatie verstoken was gebleven van enige vorm van horeca’. Gezien
het nu voorliggende landschapsplan kunnen we in elk geval vaststellen, dat zijn
inhoudelijke inbreng in dit verband niet bepaald doorslaggevend is geweest. Had hij in feite niet, gezien zijn
eerdere insteek en het voorgaande, tegen het Landschapsplan moeten stemmen in
het college? Dat was in elk geval meer consequent geweest. 
Gezien
het vorige dringt zich zo langzamerhand bij GBV een heel ander gevoel op. Het
college is simpelweg niet bereid GBV op dit punt tegemoet te komen, omdat het
van GBV afkomstig is. Een andere conclusie na alle tegenwerking en
tegenwerpingen in dit verband lijkt bijna niet meer te trekken. Dat is jammer.
Men heeft de mond vol van samenwerking binnen de Veldhovense politiek. Dat is
mooi, maar dan moet het niet alleen bij mooie woorden blijven. Het geheel doet
ons denken aan de omgekeerde Feijenoord kreet: geen daden, maar woorden!
Spijtig dat het belang van veel burgers daaraan ondergeschikt wordt gemaakt. 
Een
positief punt heeft het Landschapsplan inhoudelijk wel. De bijzondere dieren
worden opgesomd, die we in Zilverackers tegen kunnen komen. Genoemd worden
verschillende soorten (roof)vogels, de eekhoorn, vleermuizen, de egel, hazen,
reeën, reptielen en amfibieën.
Maar
geen das! Dat is toch wel bijzonder. Over een dier, dat zo prominent aanwezig
was volgens het college en onze samenleving heel veel geld (miljoenen), tijd en
overlast heeft gekost, wordt nu in dit plan met geen woord meer gerept. Ook
hier is maar een conclusie op zijn plaats. Maar die mag iedereen zelf trekken.

GBV beraadt zich over een mogelijk vervolg. We laten het er nog niet bij zitten. Wordt
zeker vervolgd.

Hans
van de Looij

Raadslid
GBV