Als oppositiepartij krijg je lang niet alles voor elkaar. Dat is soms tegelijkertijd begrijpelijk en frustrerend. Vooral dat laatste zal iedereen wel duidelijk zijn. Een goed idee is immers een goed idee, van wie het ook afkomstig is. Als een prima voorstel zonder goede onderbouwing wordt afgeschoten, enkel omdat het van de oppositie komt, dan is dat in de meeste gevallen toch even slikken. Het komt de motivatie om positief te willen meedenken niet ten goede. En toch moet je die drive zien te behouden, anders kun je net zo goed ophouden als raadsfractie.

Het is daarom toch prettig als je af en toe je stempel weet te drukken op de gang van zaken. Dat lijkt GBV in mei 2011 toch op 2 fronten te zijn gelukt: de opzet van de volgende begrotingsbehandeling en de gang van zaken bij de verkiezingsborden bij de gemeenteraadsverkiezingen 2014. De gang van zaken bij de begrotingsbehandeling in november 2010 leverde veel gevoelens van onvrede op bij nagenoeg de gehele raad. Het debat kwam niet op gang en vrijwel elke discussie werd veelal in de kiem gesmoord. Debet hieraan was met name de gekozen opzet, die daartoe ook weinig tot geen ruimte gaf. In elk geval betekende dit een mooie aanleiding om het hele begrotingsgebeuren nog maar eens tegen het licht te houden in het Presidium (overleg van alle fractievoorzitters met de burgemeester). Om deze discussie enigszins te structureren, had GBV tevoren 4 mogelijke varianten bedacht, van een uiterste summiere behandeling tot een voorzien van alle toeters en bellen. Bijna alle fracties kozen voor de op een na meest uitgebreide vorm. Die zorgt er in elk geval voor dat er meer ruimte komt voor inhoudelijk debat tussen fracties en college en fracties onderling. Bovendien komt er een veel betere mogelijkheid voor fracties voor onderlinge afstemming. Bijvoorbeeld om gelijksoortige moties en amendementen samen te voegen. We zijn benieuwd hoe het in de praktijk zal werken.

Maar nog belangrijker is, dat het voorstel van GBV inzake de verkiezingsborden overgenomen lijkt te worden. Weet iedereen het nog? Dat Veldhoven op een woensdagmorgen begin 2010 wakker werd, de wereld inkeek en een woud van verkiezingsposters zag, dat pijn deed aan de ogen. Dat werd door veel burgers niet in dank afgenomen. Bovendien was het op grote schaal niet zo nauw genomen met de gemaakte afspraken tussen partijen in dit verband. Het hele gebeuren verdiende geen schoonheidsprijs. GBV trok zich de kritiek aan en pleitte er in oktober 2010 per brief voor om deze zaak afdoende maar vooral ook tijdig te regelen. In een periode zonder dat de verkiezingskoorts alle partijen parten speelt. De kern van het GBV-pleidooi: plaats in 2014 op een aantal locaties (in totaal 14) centrale borden. Hierop mogen alle partijen een poster aanbrengen en verder in het publieke gebied niets. Dus geen verkiezingsborden meer langs de wegen. Hiermee tegemoetkomend aan de wens van heel veel bewoners van Veldhoven. Het Presidium nam de aanbevelingen van GBV over en het ziet er dus naar uit dat we voortaan gevrijwaard zullen blijven van grootschalige politieke horizonvervuiling in verkiezingstijd voor de gemeenteraad.

Tenslotte een fysiek succes op verkeersgebied. Rond het jaar 2000 al vroeg GBV aandacht voor de ontsluiting van het parkeerterrein bij Educatief Centrum De Parasol. Bewoners hadden destijds – terecht – geklaagd over het vele autoverkeer, dat zich via de wijk d’Ekker van en naar deze instelling begaf. De toegang tot het parkeerterrein bevond zich namelijk aan de Van Aelstlaan. GBV pleitte 11 jaar geleden al voor een ontsluiting via de Sterrenlaan en heeft dat in 2010 nogmaals kenbaar gemaakt, toen de definitieve plannen voor de herinrichting van de Sterrenlaan werden gemaakt. Met het gereed komen van de rotonde Sterrenlaan-Mullerlaan is deze lang gekoesterde GBV-wens dus gerealiseerd.

 

Oppositie of coalitie, ook buiten de setting van de raad blijft GBV zich als partij constructief opstellen en probeert inhoudelijk haar steentje bij te dragen in het belang van onze Veldhovense gemeenschap. Dat tonen deze 3 voorbeelden maar weer eens overduidelijk aan.

 

 

 

Op maandag 9 mei maakte Selma Koegler (VVD) voor velen onverwachts bekend af te zullen treden als wethouder, onder meer belast met onderwijs, economische zaken, welzijn en sport. De officiële versie luidde, dat zij niet kon accepteren dat de 3 coalitiefracties VSA, VVD en CDA om uitstel hadden gevraagd van de behandeling van de raadstukken over de MFA’s Midden en Zuid. (Noot: MFA staat voor Multi Functionele Accommodatie. Hierin zouden onder meer 2 nieuwe scholen worden gehuisvest als vervanging voor de oude gebouwen).

Zij stelde hiermee al 5 jaar intensief bezig te zijn geweest en beschouwde de vraag om uitstel als een soort van motie van wantrouwen in haar richting. Was dat nu echt zo of was er meer aan de hand in de boezem van de coalitie? Laat eerst even enkele dingen duidelijk zijn. GBV vindt het feit, dat een wethouder voortijdig vanuit een negatieve overweging opstapt te allen tijde voor de persoon in kwestie een nare zaak. Dat gun je simpelweg niemand. Uit politiek oogpunt staan we hier wat genuanceerder in. We hebben er nooit een geheim van gemaakt weinig vertrouwen te hebben in deze wethouder. Het zou dus tamelijk huichelachtig zijn, als GBV nu zou stellen het vertrek van wethouder Koegler te betreuren. Dat is dan ook niet zo.

Maar wat natuurlijk wel stof tot overdenking geeft, is het feit dat dit is gebeurd en de wijze waarop. Het zegt namelijk toch wel degelijk iets over de huidige samenwerking binnen de coalitie. Immers, vanaf 2007 is dit de tweede wethouder, die ongewild voortijdig vertrekt vanuit het destijds gesloten bondgenootschap tussen VSA en VVD. Bovendien, met de installatie van Maarten Prinsen als opvolger van Selma Koegler hebben we vanaf april 2006 tot nu toe 3 burgemeesters en 9 wethouders in ons gemeentebestuur mogen begroeten. En een ding staat voor GBV daarbij vast: dit komt de bestuurlijke rust niet ten goede.

Verder is de aangevoerde reden van het vertrek van wethouder Koegler natuurlijk wel heel erg flinterdun. Het met 6 weken willen uitstellen van een groot dossier als dat van de MFA’s, waarmee tientallen miljoenen euro’s zijn gemoeid, om dat in een tijd van bezuinigen uitermate zorgvuldig tegen het licht te houden, kan toch geen reden zijn om dan meteen maar te vertrekken? Dat kan eenvoudigweg niet waar zijn. In feite waren enkele krantenartikelen verhelderend en weinig verhullend. De coalitiefracties stelden tevoren geheel en uitermate verrast te zijn door het aftreden van de VVD-wethouder. Ze wisten echt van niks, iets waarbij de oppositie nadrukkelijk vraagtekens plaatste. In een reactie op het raadsdebat over haar overhaaste vertrek als wethouder, liet Selma Koegler duidelijk blijken dat de oppositie het bij het rechte eind had en dat er veel meer speelde binnen de coalitie dan enkel een gevraagd uitstel. De kop boven een artikel luidde: Sfeer in coalitie is veranderd. In de tekst staat Selma geciteerd: ‘Ik heb niks tegen het CDA en heb ook geen persoonlijke vijanden, maar de sfeer is wel degelijk veranderd. Er is ook geen sprake van een kleine dip. Dit speelde al langer’.

Hoe duidelijk kun je zijn!

Met name in de richting van wethouder Koegler was het vertrouwen volledig weg en heeft men haar vervolgens gewoon als een baksteen laten vallen. De MFA-stok werd daarvoor dankbaar benut. Op zich heeft Selma hierbij ook wel een punt. Want natuurlijk had de coalitie zich gewoon achter haar op moeten stellen:

  1. We praten al jaren over de MFA’s
  2. Het onderwerp is prominent opgenomen in het collegeakkoord 2010-2014
  3. Het onderwerp is bestuurlijk door college en raad als bestuurlijk speerpunt benoemd
  4. De benodigde gelden waren bij de begrotingsbehandeling in november 2010 bekend en zijn als zodanig ook in die begroting opgenomen. De plannen moesten alleen nog formeel worden voorgelegd en goedgekeurd

Dat de coalitiepartijen zich vervolgens in mei 2011 opeens afkerig toonden van de MFA-plannen mag op z’n minst opmerkelijk worden genoemd. De punten genoemd onder 1 t/m 4 geven op zijn minst aanleiding te veronderstellen, dat er meer speelde. Ook de reactie van de vertrekkende gemeentesecretaris Karel Boonen in het ED was opmerkelijk In een krantenartikel stond onder meer: ‘Het klopt wel dat het nu hommeles is in Veldhoven, maar dat turbulente is eigenlijk iets van de laatste jaren’. Hij liet hiermee duidelijk merken dat er veel politieke onrust was in de afgelopen jaren. En dus niet enkel in de afgelopen weken.

Dat de coalitiepartijen eenheid wilden uitstralen in het raadsdebat op 17 mei over de vertrekkende wethouder, begrijpt GBV nog wel. Dat ze in hun reacties richting oppositie niet het achterste van hun tong wilden laten zien, is ook helder. Maar dat er weinig aan de hand was tussen de coalitiepartijen onderling en tussen college en coalitie, dat vinden we niet bepaald geloofwaardig overkomen. Daarvoor zijn er teveel rimpels in de bestuurlijke vijver waargenomen, zowel formeel als informeel.

Het zal GBV benieuwen of men er in gaat slagen de bestuurlijke slagkracht van Veldhoven vanaf nu nog verder te ondermijnen. Want daarmee zijn bepaalde partijen al enkele jaren druk in de weer. En dat komt in onze optiek bepaald niet ten goede aan onze burgers, daarvan kan iedereen verzekerd zijn.

GBV ziet het allemaal met lede ogen aan en hoopt op bestuurlijk betere tijden voor onze mooie gemeente, waarin het goed wonen is. Maar een ding is zeker: met zo’n coalitieoptreden heb je helemaal geen oppositie nodig.

 

 

 

In de afgelopen weken verschenen in de media enkele publicaties over de situatie in de regionale woningmarkt en de wijziging van de grondprijzen in Veldhoven.
Kort samengevat was de strekking van alle informatie:
Het gaat slecht met de woningverkopen in de regio. De prijzen zijn in het afgelopen jaar gemiddeld mat zo’n 4 procent gedaald. Vooral starters komen moeilijk aan de bak. En het is te verwachten dat de prijzen verder zullen dalen, onder meer gezien de beperking van de mogelijkheden tot het verkrijgen van een bepaalde hypotheekomvang door aspirant-kopers.
In Veldhoven daalt de grondprijs van bouwkavel met 0,2 %. Zo gaat de gebruikelijke vierkante meterprijs van 316 euro naar 315 euro excl. BTW.

Als je dit leest, dan moet je jezelf toch afvragen of het huidige systeem van grondprijzen vandaag de dag nog wel voldoet. Zeker in het kader van stimulering en herstel van alle woningbouwplannen. Iets, wat toch echt broodnodig is, willen we de crisis definitief achter ons laten. En bovendien voldoende woningen realiseren, die de diverse doelgroepen in de komende jaren nodig hebben en kunnen bekostigen.  

Als burger snap je er volgens mij helemaal niks van: Veldhoven haalt de krant door huizenbouwers tegemoet te komen in deze crisistijd door de grondprijs per vierkante meter met maar liefst een hele euro te verlagen! Een dergelijk buitenkansje kan men natuurlijk niet aan zich voorbij laten gaan. Je wilt een vrijstaand huis bouwen op een kavel van 400 vierkante meter. Die kost dan geen 126.400 euro excl. BTW maar nog slechts 126.000 euro excl. BTW. Een dergelijke financiële impuls moet toch gaan renderen, zou je zeggen. Of niet? 

Die laatste alinea is natuurlijk een beetje plagend bedoeld. Het systeem dat Veldhoven hanteert is al jaren een gebruikelijke manier van werken. Op 1 april (en dit is geen grap) actualiseert het college elk jaar de grondprijzen op basis van de gemiddelde landelijke waardestijging of -daling van woningen, bedrijven en kantoren in het jaar daarvoor, zoals vastgesteld door de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars). Die daling is voor 2010 bepaald op 0,2 %, dus worden de grondprijzen in Veldhoven conform beleid verlaagd met hetzelfde percentage. Een simpele rekensom leert dat 0,2 % van 316 euro 63 eurocent is. Afgerond naar boven kom je dan op die ene hele euro prijsverlaging uit. Het college heeft gewoon gedaan wat staand beleid is, ook al komt het misschien wat vreemd over bij de burgers. 

De vraag, die hierbij aan de orde moet komen is een andere. En wel of de tot nu toe gevolgde systematiek nog realistisch en hanteerbaar is in deze tijd. De woningmarkt zit volledig op slot en bouwprojecten worden op een laag pitje gezet. De prijzen van woningen dalen in deze regio veel harder (4 %) dan het gemiddelde cijfer, dat de NVM hanteert. Het gevolg is helder. Als mensen hun eigen woning veel goedkoper van de hand moeten doen dan voorheen, maar de realisatiekosten van een nieuwbouwwoning niet of veel minder zien afnemen, dan zal dat hun bouwlust niet bepaald stimuleren maar eerder afremmen. Veel mensen kiezen dan maar voor andere oplossingen zoals het opknappen van de eigen woning. Maar zo krijg je de woningmarkt natuurlijk niet van het slot en ben ik terug bij af: Dat laatste is nodig willen we echt komen tot een volledig economisch herstel. 

De gemeente Veldhoven zou eens moeten overwegen met het oog op deze problematiek om de volgende stappen te doen:

  1. een tijdelijke en forse verlaging van de huidige grondprijzen om nieuwe bouwplannen te stimuleren. Denk aan zo’n 5 tot 10 % voor de gewone grondverkopen en voor starters en sociale koopwoningen aan 10 tot 15 %.
  2. Het systeem van prijsverhoging/verlaging koppelen aan regionale of lokale cijfers in plaats van aan landelijke. 

Het eerste kan een positief effect hebben op de woningmarkt. Met name zouden aanzienlijk lagere prijzen voor starters hen in het zadel kunnen helpen, daar waar ze nu moeten afhaken. Natuurlijk kost dit de gemeente geld. Maar dat er nu een aantal grote projecten niet of vertraagd worden uitgevoerd kost ook kapitalen. Vanwege een actieve grondpolitiek heeft Veldhoven in het verleden veel gronden aangekocht en elk jaar dat die later worden ontwikkeld kost ook handenvol geld. Denk maar eens aan het renteverlies dat op de investeringskosten van de aankoop wordt geleden.

Het is verder op zich best verdedigbaar dat de grondprijzen worden gekoppeld aan de huizenprijzen. Maar dat moet dan wel op lokaal niveau kloppen met elkaar. En dat lijkt nu zeker niet het geval. In april en mei bespreekt de raad de Kadernota Grondbeleid 2011. Het moge duidelijk zijn welke insteek GBV hierbij in dit verband zal kiezen.

Hans van de Looij
Raadslid GBV

 

 

 

 

    

Wie is de baas in de gemeente? Veel mensen zullen spontaan ‘de burgemeester’ roepen. Misschien wel met het beeld van deze functionaris op het netvlies vanuit de tv serie Swiebertje. De formele waarheid is echter anders: volgens de wet is de gemeenteraad het hoofd van de gemeente. Dus ook in Veldhoven. Nu valt misschien het woordje ‘formeel’ op in de vorige zin. En inderdaad, dat is door mij niet helemaal toevallig toegevoegd.

Want is de raad wel echt ‘de baas’ in de dagelijkse praktijk? Ik begin daar steeds meer mijn bedenkingen bij te krijgen. Wat je steeds vaker ziet is dat de raad bij besluitvorming voor welhaast voldongen feiten wordt gesteld. Een eerder ingeslagen pad valt nauwelijks nog te verlaten. En als de raad aan het begin van dergelijke processen een goed overwogen besluit had kunnen nemen, dat het volgen van zo’n pad zou rechtvaardigen, dan zouden bepaalde afwegingen nog wat beter te billijken zijn. Maar dat is vaak niet het geval.
Regelmatig worden op collegeniveau en/of ambtelijk allerlei gedachten en uitgangspunten geformuleerd op basis waarvan allerlei trajecten en projecten worden opgestart. De raad komt daarbij inhoudelijk meestal pas aan zet aan het einde van de rit, waarbij de speelruimte qua besluitvorming dan nog maar beperkt is. En als de raad dan al eens in het begin van een proces mag meedenken over de uitgangspunten, dan zijn de gevolgen na de concrete vertaling daarvan vooraf nog nauwelijks goed te overzien. Met vervolgens veel ongewenste consequenties voor onze gemeenschap.

Het wordt natuurlijk echt erg als dit alles plaatsvindt bij majeure projecten, waar veel geld mee is gemoeid of die een grote impact hebben zoals de N69. Ik noem er nog een paar van recente datum:
 – regionale samenwerking. Op dit terrein zijn inmiddels door het college diverse zaken in gang gezet, waarbij de raad nauwelijks betrokken was in de start maar die wel een grote (bestuurlijke) impact kunnen hebben op onze gemeentelijke autonomie. Noot: op 11 april mag de raad tijdens een raadsbijeenkomst op aandrang van GBV en VSA voor de eerste keer eens haar gedachten in dit kader naar voren brengen. Naar mijn idee rijkelijk laat. Maar beter ten halve gekeerd….
– De gang van zaken rondom de MFA’s (accommodaties voor de brede scholen). De raad mocht zich hierover inhoudelijk nooit echt uitspreken vanaf 2006. het concept was des schoolbestuurs volgens het college. Maar nu liggen er wel een aantal peperdure plannen op tafel, waarvan het totale investeringsniveau vele, vele miljoenen hoger ligt dan in 2006 het uitgangspunt was. Met het verhaal erbij: we kunnen de scholen gezien de huidige staat van hun gebouwen nu toch niet meer in de kou laten staan? Maar besef bijvoorbeeld dit: in mei 2006 werd voor een nieuwe Op Dreef school incl. de opknap van de omgeving 3,7 miljoen voorzien, nu rekent men voor de MFA Zuid op 13, 2 miljoen! Waarbij enkel een kinderdagverblijf en een peuterspeelzaal extra worden toegevoegd ten opzichte van de plannen van toen. En die kosten samen 1 tot 1,5 miljoen!

Zo zijn er nog veel meer grotere en kleinere zaken te benoemen, waarover GBV de wenkbrauwen fronst, zoals de inspraak bij het Centrumplan, de insteek m.b.t. Brainport, de ijsbaan, de horeca en het parkeren bij kinderboerderij De Hazewinkel, de bestuurlijke visie, de bezuinigingen, enzovoorts. Maar ik wil het voor nu hier even bij laten. Het heeft er in elk geval alle schijn van, dat het college meer dan ooit zijn eigen gang gaat en zich zo min mogelijk gelegen laat liggen aan de raad. Hoezo is de raad het hoofd van de gemeente?

Waarom nu een motie van afkeuring naar aanleiding van de N69?
Laat een ding heel duidelijk zijn: GBV heeft op zich geen enkele moeite met het meewerken aan een oplossing van een groot regionaal verkeersprobleem. En als we daar in de toekomst als Veldhoven een steen aan moeten bijdragen, dan zullen we dat ook doen. Niet voor niets ondertekende ikzelf als wethouder verkeer namens Veldhoven de Intentieverklaring 2004. Dat deed ik bij volle verstand en uit overtuiging. De motie van afkeuring heeft ook niets te maken met de inhoud van dit dossier, maar met het doorlopen proces, met name zoals dat is gebeurd in de laatste maanden.

In februari 2011 sprak de raad van Veldhoven over het wel of niet ondertekenen van een verklaring inzake de N69, iets dat werd gevraagd aan alle partijen, die over deze materie met elkaar bestuurlijk in gesprek zijn. GBV voelde daar echter nog even niet voor om 2 redenen:
– bepaalde ingrijpende consequenties voor Veldhoven waren nog onvoldoende in beeld gebracht. Daar moest eerst duidelijkheid over komen alvorens ergens een bestuurlijke handtekening onder te plaatsen. Sommigen beweerden dat die handtekening weinig feitelijke waarde had. Zo een moet je wat GBV in feite niet eens willen zetten, want daarmee devalueer je een bestuurlijke afspraak tot iets van nul en generlei waarde.
– De Intentieverklaring van 2004 voldoet voor ons prima als bestuurlijk vertrekpunt in deze zaak.

Echter de coalitie van VSA, VVD en CDA wilde het toch mogelijk maken dat er door onze wethouder verkeer iets ondertekend zou kunnen worden. Deze partijen kwamen met een amendement, dat ondertekening van de voorliggende verklaring werd toegestaan onder een aantal nadrukkelijke voorwaarden. Andere partijen werden in het voortraject al opgeroepen zich hierbij aan te sluiten. Voor GBV zou dat betekenen, dat het eigen NEE, TENZIJ zou worden gewijzigd in JA, MITS. Naar mijn idee toen werden hiermee de belangen van Veldhoven voldoende afgezekerd. Ook de wethouder stelde ermee uit de voeten te kunnen en ‘het amendement te omarmen’. Op een vraag van de PvdA stelde de wethouder dat er alleen getekend zou worden als aan alle voorwaarden werd voldaan. Helder. GBV sloot zich aan bij het voorstel van de coalitie en werd mede-indiener van het amendement.

Hierop reageerde de provincie via 2 brieven (aan de tweede was nog een aanvullend zinnetje toegevoegd). Deze reactie was voor de wethouder voldoende om de verklaring over de N69 te tekenen. Maar nu komt het probleem van GBV. Op twee punten van het amendement was naar ons idee niet of onvoldoende ingegaan.
 a. Er was gesteld dat alle gevolgen voor Veldhoven alsmede de compensatie daarvoor duidelijk moesten zijn bij de keuze van de definitieve oplossingsvariant. Echter, zo werd geantwoord, een deel van de gevolgen zou pas na de keuze van een voorkeursvariant worden benoemd en bezien. Dat is toch echt wezenlijk anders.
b. Er moest gesproken gaan worden over het gewicht van de stemmen van de diverse samenwerkingspartners in het proces, zo was een andere voorwaarde. De provincie stelde dit pas te zullen overwegen, als men er alsnog niet zou uitkomen om met elkaar een voorkeursalternatief aan te wijzen. Ook dit is toch echt een andere insteek.

Kortom, de wethouder heeft een amendement van de raad (waarvan ze zelf zei het te omarmen) niet correct uitgevoerd. Bovendien heeft ze dit willens en wetens gedaan met instemming van het hele college. Wat GBV betreft kan dit niet en was de maat vol, mede gezien het bovenstaande.

De raad dient serieus genomen te worden maar bovenal zichzelf serieus te nemen. Een motie kan een college naast zich neerleggen, maar een amendement is een raadsbesluit en dat dient gerespecteerd en uitgevoerd te worden. Ik verwijs terug naar het begin van dit verhaal: wie is het hoogste orgaan in de gemeente? Ik had me nog kunnen voorstellen, dat het college was teruggekomen bij de raad het amendement te heroverwegen. Maar het simpelweg voor een gedeelte negeren op basis van een rammelende uitleg, dat kan bestuurlijk niet. En restte GBV – overigens tot mijn grote spijt – niets anders, dan een motie van afkeuring over deze zaak voor te leggen aan de raad. PvdA, D’66 en SV steunden de motie, de coalitie durfde dat niet aan, waardoor het college werd gered. Men wilde het college niet in gevaar brengen. Ik kan me daar politiek-bestuurlijk nog wel iets bij voorstellen ook, maar ik wil toch een zin uit dit betoog nogmaals benadrukken: de raad dient serieus genomen te worden maar bovenal zichzelf serieus te nemen. En of dat nu is gebeurd, waag ik toch echt te betwijfelen.

Hans van de Looij
Raadslid GBV en Oud wethouder verkeer

Geacht college,
Namens de fracties van VSA en GBV willen wij u in het kader van art 42 van het reglement van orde de volgende kwestie voorleggen: Onlangs ontvingen wij een bericht vanuit de SRE met de vooraankondiging van een conferentie over de toekomstige regionale samenwerking. Bij ons is ook bekend dat de regering bestuurslagen zoals de SRE gaat opheffen.

Als de doelstelling voor alle partijen een win-win samenwerking is, dan zijn het  de lokale partijen VSA en GBV die  als eersten een volmondig ‘ja’ in dit verband laten horen.

Maar, zo vragen wij ons oprecht af, is dit wel zo? Gaan wij op niet al te lange termijn een hoge prijs betalen voor alle inspanningen binnen een samenwerkingsverband  als Brainport?  Verliezen we onze gemeentelijke zelfstandigheid of leveren we een (groot) gedeelte van onze eigen autonomie over aan een overkoepelend, niet-democratisch gelegitimeerd maar bovenal door Eindhoven gedomineerd bestuursorgaan? VSA en GBV vrezen hier gezien het (recente) verleden oprecht voor.

Laat nogmaals gezegd zijn, er is niets tegen een vorm van samenwerking tussen diverse gemeenten in de regio Eindhoven. Dit kan inderdaad de gewenste win-win situatie opleveren, die ook goed is voor Veldhoven. Maar we moeten evenmin naïef zijn.

Eind november berichtte het Eindhovens Dagblad (ED) dat Eindhoven snel tot intensievere samenwerking wil komen met de gemeenten in haar stedelijk gebied. De SRE zal volgens het regeerakkoord immers op redelijk korte termijn gaan verdwijnen. In een brief aan de eigen raad schreef het Eindhovense college zelfs dat men het liefst zag dat deze gemeenten op bepaalde onderwerpen als één overheid zouden gaan opereren. Hoe duidelijk kun je zijn! De genoemde voorbeelden van samenwerkingsterreinen (economie, verkeer, Brainport en woningbouw) zijn daarbij niet  meteen de minste. Er blijft dan qua eigen beleidsruimte niet veel meer over, gezien het feit dat zaken op het vlak van veiligheid, onderwijs en sociale zaken (Wmo en WWB) al voor een belangrijk deel vanuit Den Haag worden bepaald. De SRE gaat nu de vraag onderzoeken hoe de regionale samenwerking in de toekomst het beste vorm gegeven kan worden. Wat daaruit komt, werd door Eindhoven dus blijkbaar niet echt van belang gevonden omdat men als college al een duidelijke mening heeft. Een reden temeer om uit te gaan van een dubbele agenda, die onze buurgemeente in dit dossier lijkt te hebben.

Half december werd via het ED ook bekend gemaakt dat Brainport op dit moment een bestuurlijke warboel is. De organisatie van dit orgaan lijkt niet goed te functioneren. De sturing en de effectiviteit

zijn onvoldoende. De Stichting Brainport onder voorzitterschap van burgemeester Van Gijzel moet duidelijker gaan sturen en de Eindhovense raad moet in dat bestuur meer invloed krijgen. Tot zover de berichtgeving in het ED hieromtrent. 

Tel dit alles bij elkaar op en de uitkomst lijkt voor Veldhoven naar ons idee opeens toch wat minder florissant dan op het eerste oog gedacht. Gemeentelijke samenwerking is prima maar of de noodzaak tot intensivering daarvan feitelijk aanwezig is, blijft voor VSA en GBV even volstrekt de vraag. We moeten oppassen geen historische vergissing te maken door hierin te ver mee te gaan. In het verleden heeft Veldhoven zichzelf ook zonder zich bestuurlijk uit te leveren aan Eindhoven zeer goed op de kaart weten te zetten. Onze gemeente groeide in rap tempo, realiseerde mooie bouwprojecten inclusief een goed eigen voorzieningenniveau en beschikt tot op de dag van vandaag  over voldoende middelen en heeft lage lasten voor haar inwoners. Veldhoven kent in omvang en inhoud een gemeente met veel bestuurlijke kracht.

Daarnaast vertoonde Veldhoven steeds zonder allerlei samenwerkingsverplichtingen voldoende bestuurlijke slagkracht als het er op aan kwam en stonden wij ons economisch mannetje met de vestiging en groei van internationale bedrijven als ASML en Simac.

VSA en GBV stelden bij de verkiezingen van maart 2010 al dat onze beloning voor alle samenwerkingsdrift wel eens een gemeentelijke herindeling zou kunnen worden als we niet op onze hoede zijn. Dat idee is nog zeker niet weg en de recente berichtgeving over samenwerking en Brainport hebben deze onrust alleen maar doen toenemen. VSA en GBV willen in dit kader niet doemdenken maar wel een realistische benadering voorstaan. Wij hechten aan een bestuurlijk zelfstandig Veldhoven, al dan niet participerend in een vorm van samenwerking en willen dit nadrukkelijk geborgd zien.

Zo zou Eindhoven een groot stuk van onze ongerustheid kunnen wegnemen door klip en klaar het statement van medio jaren ’90 te herbevestigen als bestuurlijk uitgangspunt dat de eindmaat aan de westzijde van Eindhoven voor deze gemeente is bereikt. Een afspraak overigens voortvloeiend uit een vrijwillige grenscorrectie tussen beide gemeenten, waarbij Meerhoven grotendeels in handen van Eindhoven kwam. 

Gezien het gestelde willen VSA en GBV in het kader van art 42 van het reglement van orde de volgende vragen voorleggen aan het college: 

  1. Is het college bereid op korte termijn met de raad in gesprek te gaan over de vorm en inhoud van de meest wenselijk geachte toekomstige samenwerkingsvorm in onze regio alvorens hierover een bestuurlijk commitment uit te spreken naar derden?
  2. Kan het college toezeggen dat er geen nieuwe verplichtingen in dit verband aangegaan zullen worden alvorens een dergelijk overleg heeft plaatsgevonden?
  3. Is het college bereid aan Eindhoven de vraag voor te leggen of men bereid is het standpunt dat college en raad van deze gemeente medio jaren ’90 innamen, te weten dat de eindmaat voor Eindhoven aan de westzijde is bereikt, te herbevestigen? 

Vanwege het belang van het onderwerp en de mogelijke bestuurlijke consequenties die bepaalde stappen in de nabije toekomst kunnen hebben en het feit dat er binnenkort over een nieuwe samenwerkingsvorm gesproken gaat worden in SRE-verband, lijkt het meer dan gerechtvaardigd hierover op korte termijn tot een optimale afstemming te komen met de gemeenteraad van Veldhoven. 

In afwachting van uw reactie verblijven wij

Namens de VSA- en GBV-fracties 

Met vriendelijke groet 

 

Albert de Jong                     Hans van de Looij

Fractievoorzitter VSA           Vice-fractievoorzitter GBV