Het VVD-raadslid Maarten Prinsen heeft besloten per direct uit de VVD-fractie te stappen. Hij stelt dat de aanleiding daarvoor is dat het college – met 2 VVD-wethouders! – voorstelt om de OZB jaarlijks met 4 % extra te willen verhogen. Dat is voor hem onacceptabel. De VVD was hier immers altijd faliekant op tegen. Hij geeft zijn zetel niet terug aan de VVD maar gaat verder als nieuwe eenmansfractie onder de naam Lokaal Liberaal.

Hoe kijken we hier tegenaan als GBV?

 

 

Op de eerste plaats vinden wij het vreemd dat het OZB-argument zo zwaar meeweegt in de overwegingen van de heer Prinsen. Het is juist, de VVD was en is geen voorstander van het verhogen van de OZB. Maar: dat is GBV ook niet! Alleen moet je wel eerlijk zijn. We willen allemaal én goede voorzieningen én lage lasten in onze mooie gemeente Veldhoven. Voor het ondernemers- en woonklimaat is vooral ook dat eerste van groot belang in de ogen van GBV. Daarbij komt dat we momenteel in de ranglijst van 398 gemeenten in Nederland op de 8e plaats staan van de laagste woonlasten. Dat hou je simpelweg met ons voorzieningenniveau op den duur niet vol, zeker niet met de door het rijk naar de gemeente toegeschoven taken op het sociaal domein (met name op het gebied van jeugdhulp). In deze context durft GBV daarom te kiezen voor enige lastenverzwaring voor onze burgers. We willen toch een zwembad? En een theater? En een muziekschool? En adequaat groenonderhoud? En…ga zo maar door. Overigens, voor de beeldvorming, voor een gemiddelde woning van 298.000,- euro bedraagt de extra verhoging van 4 % concreet ongeveer 18,- euro per jaar.

 

Verder hebben wij in het coalitieakkoord – zie pag. 3 onder kopje 0. Bestuur en ondersteuning, unaniem door de raad omarmd – afgesproken, dat de woonlasten zodanig moeten blijven dat wij als Veldhoven bij de 25 % goedkoopste gemeenten blijven behoren. Dat wordt meer dan gemakkelijk gerealiseerd, zelfs met de voorgenomen extra OZB-stijging. Met andere woorden, de voorstellen hieromtrent zijn conform gemaakte coalitieafspraken. Daar was de heer Prinsen nadrukkelijk persoonlijk bij betrokken en aanwezig. Dus hoezo gebeurt er nu iets in zijn optiek wat niet kan? Hij heeft hiertegen destijds geen enkel voorbehoud gemaakt.

 

Daarbij komt nog dat een coalitie altijd compromissen kent. GBV wil graag de voorzieningen op peil houden, de VVD wil graag het betaald parkeren aanzienlijk verminderen. Beide zaken krijgen in de nieuwe begroting een prioriteit, maar dat moet wel betaalbaar zijn. Daarvoor is enige OZB-verhoging onontkoombaar, willen we de gemeentefinanciën gezond houden.

 

En ten slotte nog dit ten aanzien van het uit een fractie stappen met meenemen van de eigen zetel. Binnen GBV hebben wij altijd als stelregel: iemand die uit een fractie stapt, behoort zijn of haar zetel terug te geven aan de partij. Je komt immers in de raad via het vehikel van jouw partij, ongeacht of je daarvoor genoeg voorkeurstemmen had of niet. Zonder een partij kun je niet eens in de raad komen, zo eenvoudig ligt dat. Formeel mag een raadslid zich afsplitsen met behoud van de eigen zetel. Maar wat formeel mag en wat GBV juist zou vinden, bestaat in dit verband geen overeenstemming.

 

De coalitie van VVD, GBV en PvdA behoudt na het vertrek van Maarten Prinsen haar meerderheid, zij het dat deze klein is geworden (14 – 13). Maar ook in de vorige periode is met een dergelijke kleine meerderheid succesvol geopereerd en GBV houdt het volste vertrouwen in de huidige samenwerking met haar politieke bondgenoten VVD en PvdA.